BASISBOEK BEDRIJFSECONOMIE NOORDHOFF PDF

Wim Koetzier Drs. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 6h Auteurswet 92 dient men de daarvoor verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht postbus , KB Hoofddorp, Voor het overnemen van gedeelte n uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken artikel 6 Auteurswet 92 kan men zich wenden tot Stichting PRO Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, postbus , KB Hoofddorp, All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written permission of the publisher. Het kan worden ingezet voor eerstejaarsstudenten aan opleidingen in het hoger economisch onderwijs, maar is ook geschikt als basiscursus in niet-economische opleidingen. Deel van het boek biedt een volwaardige introductie in de bedrijfseconomie, waarin de student kennismaakt met het functioneren van ondernemingen en de belangrijkste economische concepten die daaraan ten grondslag liggen. De delen 2, 3 en 4 gaan in op de vakgebieden financiering, management accounting en financial accounting.

Author:Dijind Tojajar
Country:Uganda
Language:English (Spanish)
Genre:Video
Published (Last):3 July 2019
Pages:478
PDF File Size:19.80 Mb
ePub File Size:19.61 Mb
ISBN:575-8-77003-554-6
Downloads:16207
Price:Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader:Sarr



Wim Koetzier Drs. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 6h Auteurswet 92 dient men de daarvoor verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht postbus , KB Hoofddorp, Voor het overnemen van gedeelte n uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken artikel 6 Auteurswet 92 kan men zich wenden tot Stichting PRO Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, postbus , KB Hoofddorp, All rights reserved.

No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written permission of the publisher. Het kan worden ingezet voor eerstejaarsstudenten aan opleidingen in het hoger economisch onderwijs, maar is ook geschikt als basiscursus in niet-economische opleidingen.

Deel van het boek biedt een volwaardige introductie in de bedrijfseconomie, waarin de student kennismaakt met het functioneren van ondernemingen en de belangrijkste economische concepten die daaraan ten grondslag liggen.

De delen 2, 3 en 4 gaan in op de vakgebieden financiering, management accounting en financial accounting. Deze delen kunnen in elke gewenste volgorde bestudeerd worden.

In deze tiende druk hebben we gekozen voor een naadloze aansluiting tussen het Basisboek en zijn Engelstalige pendant Basics of Financial Management. Voor het Basisboek is de consequentie daarvan dat de stof vanuit een meer internationaal perspectief aan de orde wordt gesteld.

De voor de Nederlandse situatie van belang zijnde institutionele factoren zoals belastingen ondernemingsrecht worden uiteraard nog steeds behandeld. Bij kernbegrippen is ook de Engelstalige benaming opgenomen.

We hebben enige onderwerpen toegevoegd, die in de negende druk niet of zeer summier aan bod kwamen. Het betreft de invloed van de cashflowcyclus op het werkkapitaal, de verwerking van onzekerheid in het kader van de investeringsselectie, de balanced scorecard en de customer profitability analysis. Uiteraard is de stof, waar nodig, geactualiseerd. In het Basisboek zijn toetsvragen en meerkeuzevragen opgenomen.

De antwoorden hiervan zijn achter in het boek te vinden. Het bijbehorende Opgavenboek bevat een groot aantal in moeilijkheidsgraad opklimmende vraagstukken en cases. Van een deel daarvan zijn in de Studentenuitwerkingen de volledige uitwerkingen opgenomen. De overige uitwerkingen zijn te vinden op het docentendeel van de website Op het studentendeel van de site zijn tevens extra opgaven, interactieve oefenvragen, samenvattingen en webcolleges van opgaven en begrippen opgenomen.

Vanaf de eerste druk, die meer dan een kwart eeuw geleden van de persen rolde, heeft het Basisboek zich mogen verheugen in een brede kring van afnemers. We hopen met deze tiende druk de basis te hebben gelegd voor een succesvolle voortzetting. Op- en aanmerkingen van gebruikers, zowel docenten als studenten, zijn als altijd zeer welkom.

Consumenten en producenten 6. Daarnaast is het boek bestemd voor studenten in financieel-economische studierichtingen, als een basisopleiding ter voorbereiding op verdere verdiepende studies. Om de gebruiksvriendelijkheid van het boek te verhogen geven we hier enige uitleg over de opzet en het mogelijke gebruik. Het boek bestaat uit vier delen: Bedrijfseconomie en onderneming, 2 Financiering, 3 Management accounting en 4 Financial accounting.

Het eerste deel geeft inzicht in een aantal basisbegrippen in de bedrijfseconomie. Geadviseerd wordt om met dit deel te beginnen. Gewapend met deze kennis kunnen de volgende drie delen vervolgens onafhankelijk van elkaar worden bestudeerd. Zo kan de student snel zien of voorkennis van andere hoofdstukken nodig is alvorens aan een bepaald onderwerp te beginnen. Ook is er een uitgebreide inhoudsopgave en een register om gezochte onderwerpen snel te kunnen vinden. Bij de presentatie van de leerstof hebben we het uitgangspunt gehanteerd dat de student in principe in staat moet zijn zich de theorie zelfstandig eigen te maken.

Ten behoeve van de zelfstudie wordt veel gebruikgemaakt van voorbeelden. Door middel van toetsvragen kan de student nagaan of de behandelde stof is begrepen. De antwoorden van de toetsvragen zijn achter in het boek opgenomen, zodat de student meteen kan controleren of het eigen antwoord juist is. Ter illustratie van de praktische relevantie van de theorie zijn toelichtende teksten met foto s, krantenknipsels en jaarverslagfragmenten opgenomen.

Belangrijke begrippen worden benadrukt door ze in de marge op te nemen. Vanwege de steeds toenemende internationale context waarin Nederlandse bedrijven opereren, is tussen haakjes de Engelstalige benaming van kernbegrippen toegevoegd. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een lijst met kernbegrippen waarin de Engelse benaming eveneens is opgenomen en meerkeuzevragen.

De antwoorden van de meerkeuzevragen en de toetsvragen zijn achter in het boek opgenomen. Een aantal door studenten als lastig ervaren onderwerpen wordt nader besproken in de webcolleges, die zijn opgenomen op de website Het symbool in de marge verwijst naar die onderwerpen.

Daarnaast is voor een aantal opgaven extra oefenstof met Excel-varianten beschikbaar op de website. De opgaven zijn gerangschikt naar moeilijkheidsgraad. In de Studentenuitwerkingen wordt een aantal opgaven uitgewerkt. Meer uitwerkingen en uitleg aan de hand van webcolleges zijn te vinden op de website. De eerste route volgt de opzet van het boek, waarbij eerst het deel Financiering, dan het deel Management accounting en als laatste het deel Financial accounting komt. Deze volgorde heeft de voorkeur van de auteurs.

We sluiten hierbij aan bij de opeenvolgende problemen waarmee een startende ondernemer te maken krijgt. Deze volgorde sluit meer aan bij de traditionele aanpak van het vakgebied, waarbij begonnen wordt met bestudering van de problematiek rondom kostprijsberekening. In principe is het ook mogelijk om na het inleidende deel meteen met het deel Financial accounting te beginnen. Voor de volledige bestudering van de leerstof is dit een ongebruikelijke route. De opzet van de methode staat dit echter wel toe.

Consumenten en producenten. De keuze voor een activiteit is bepalend voor de samenstelling van de productiemiddelen die door de onderneming ingezet dienen te worden. Ondernemingen hebben een juridisch jasje nodig, om zaken te kunnen doen. De rechtsvorm is van belang voor onder andere de aansprakelijkheid van de eigenaar voor de schulden van de onderneming en voor de fiscale positie.

In paragraaf. Consumenten en producenten Algemene economie Bedrijfseconomie Mensen hebben veel nodig: een huis, voedsel, een auto of fiets, hulp bij de belastingaangifte, ontspanning in de vorm van een weekendje weg, enzovoort.

Al deze goederen en diensten moeten worden geproduceerd. Om te kunnen beschikken over een auto dient er een fabrikant van auto s te zijn; om te kunnen beschikken over het weekendje weg dient er een hotel te zijn. Voordat er op grote schaal ruilhandel plaatsvond, was iedere consument tevens producent: hij bakte zijn eigen brood en bouwde zelf zijn huis. In de ontwikkelde economie is dit niet meer het geval. Productiehuishoudingen, ook wel bedrijven genoemd, vervaardigen goederen en diensten en bieden deze ter verkoop aan de consument aan.

De consument beschikt over de benodigde koopkracht omdat hij inkomen verdient in de productiehuishoudingen. De economie houdt zich bezig met de vraagstukken die samenhangen met de mens in zijn streven naar welvaart : hoe kan de voorziening in goederen en diensten zo optimaal mogelijk geschieden, dat wil zeggen met zo gering mogelijke opoffering van middelen.

De algemene economie economics bestudeert de relaties tussen consumenten en producenten en tussen de producenten onderling. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen micro- en macro-economie. Tot het werkterrein van de micro-economie microeconomics behoort onder andere de theorie van de marktvormen: hoe komt de prijsvorming op een bepaalde markt, bijvoorbeeld de markt voor vakantiereizen, tot stand?

Bepalend daarvoor is onder andere het aantal aanbieders en het aantal vragers op die markt. De macro-economie macroeconomics houdt zich bezig met economische problemen van de maatschappij als geheel, zoals inflatie en werkloosheid.

De bedrijfseconomie business economics richt zich op het economisch handelen binnen de productieorganisaties. Productie dient hier ruim opgevat te worden: het gaat niet alleen om de productie van fysieke goederen, maar ook om de handel en het verlenen van diensten. Zo is een productieorganisatie in economische zin niet alleen een autofabriek, maar ook een autohandel en een autoreparateur.

In het economische stelsel zoals wij dat kennen, is een belangrijke plaats weggelegd voor de ondernemingsgewijze productie. Ondernemingen companies, enterprises zijn productieorganisaties die erop gericht zijn om op de markt inkomen te verdienen voor hun eigenaren. Het zijn dus productieorganisaties die naar winst profit, income streven. We zullen hierna nader ingaan op de twee belangrijke elementen in de definitie van een onderneming.

Een onderneming is een productieorganisatie In een productieorganisatie worden productiemiddelen bij elkaar gebracht en vervolgens in een productieproces omgezet in producten. Een productieorganisatie opereert tussen twee markten: op de inkoopmarkt worden de productiemiddelen verkregen, op de verkoopmarkt worden de geproduceerde goederen verkocht.

Uiteraard vormt de arbeidskracht van de medewerkers ook een productiemiddel. In figuur. Een bierbrouwerij koopt hop en water in en verwerkt deze in een reeks van processen tot bier.

Het water en de hop vormen de grondstoffen voor het eindproduct: het bier. Behalve de grondstoffen dient de onderneming te beschikken over duurzame productiemiddelen: het bedrijfspand, de ketels voor de bierbereiding, vrachtauto s voor het transport, computers en nog vele andere productiemiddelen.

Uiteraard vormen de werknemers een onmisbare schakel in het geheel. De productieorganisatie is dus een samenwerkingsverband van de productiefactoren arbeid en kapitaal. Onder kapitaal worden de grondstoffen en de duurzame productiemiddelen van de onderneming verstaan. Het samenwerkingsverband kan een formeel karakter hebben, waarbij de rechten en plichten van de bij de organisatie betrokken participanten schriftelijk zijn vastgelegd: in de statuten en in taakomschrijvingen worden dan de bevoegdheden van aandeelhouders, directie en medewerkers opgetekend.

Anderzijds is er ook sprake van een productieorganisatie als twee studenten samen een koeriersdienst oprichten, waarbij de enige afspraak is dat er afwisselend een bij de telefoon zit en de ander op de scooter onderweg is. De directe participanten bij een onderneming zijn de eigenaar en de werknemers. In ruimere zin zijn er nog meer participanten die belang hebben bij de bloei van de onderneming. Noem nog enige participanten. Zij streeft naar waardecreatie : de prijs die zij op de inkoopmarkt betaalt voor de productiefactoren arbeid, grondstoffen, duurzame productiemiddelen zal meer dan goedgemaakt dienen te worden door de opbrengst van de verkoop van de geproduceerde goederen of diensten.

Het overschot dat behaald wordt, de winst, komt vervolgens ten goede aan de eigenaren van de onderneming. Het streven naar winst onderscheidt ondernemingen van bedrijven in het algemeen. In de volgende paragraaf gaan we in op bedrijven die het maken van winst niet als doel hebben. Efficiency Effectiviteit De grootte van de winst is afhankelijk van enerzijds de efficiency en anderzijds de effectiviteit van het ondernemingsproces.

Onder de efficiency wordt de doelmatigheid van het productieproces verstaan, onder de effectiviteit effectiveness de doelgerichtheid van het productieproces, ofwel de mate waarin het eindproduct geschikt is om te voldoen aan de eisen van de afnemers. Effectief is een productieproces dat een eindproduct oplevert dat in trek is bij de klanten, waar de klanten graag voor willen betalen.

DIN 40742 PDF

Basisboek Bedrijfseconomie

.

DISCAPACIDAD Y TERAPIA ASISTIDA POR DELFINES PDF

Basisboek Bedrijfseconomie opgaven

.

GEMSTONES OF THE WORLD BY WALTER SCHUMANN PDF

.

Related Articles